RI&E gevaarlijke stoffen: risico's in kaart brengen en beheersen
Bijna elk bedrijf werkt met gevaarlijke stoffen. Zo brengt u de risico's in kaart in de RI&E, beoordeelt u de blootstelling en kiest u de juiste maatregelen.

In bijna elk bedrijf werken mensen met gevaarlijke stoffen. Denk aan schoonmaakmiddelen, lijm, verf, oplosmiddelen of lasrook. Vaak ziet of ruikt u er weinig van. Toch kunnen deze stoffen op de lange termijn ernstige schade geven. Daarom hoort een goede beoordeling in de RI&E gevaarlijke stoffen. In dit artikel uit de reeks RI&E onder de loep leest u wat erin moet staan, wanneer een schatting genoeg is en wanneer u moet meten.
Wat zijn gevaarlijke stoffen?
Een gevaarlijke stof kan schade doen aan de gezondheid, de veiligheid of het milieu. U herkent veel van deze stoffen aan de gevarenpictogrammen op de verpakking: een witte ruit met een rode rand. Op het veiligheidsinformatieblad staat welke gevaren de stof heeft en hoe u er veilig mee werkt.
Niet elke gevaarlijke stof zit in een fles of een vat. Sommige stoffen ontstaan pas tijdens het werk. Bijvoorbeeld:
- lasrook bij lassen en snijden;
- kwartsstof bij zagen, slijpen en boren in steen of beton;
- houtstof bij zagen en schuren;
- dieselmotoremissie van voertuigen en machines in een hal;
- meelstof in bakkerijen.
Deze stoffen hebben geen etiket en geen veiligheidsinformatieblad. Daarom worden ze vaak vergeten. Ze worden ook wel stoffen zonder eigenaar genoemd.
Hoe komen stoffen in het lichaam?
Een stof kan op drie manieren in het lichaam komen: door inademen van damp, rook of stof, via de huid of de ogen, en door inslikken. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als iemand eet zonder eerst de handen te wassen. Hoe groot het risico is, hangt af van de stof zelf, van de hoeveelheid en van hoe lang iemand ermee werkt.
Sommige stoffen geven meteen klachten, zoals hoofdpijn, duizeligheid of geïrriteerde ogen. Andere stoffen geven pas na jaren schade, zoals longziekten, eczeem, allergieën of kanker. Juist door die late gevolgen is een goede beoordeling zo belangrijk.
Wat de wet vraagt van de RI&E gevaarlijke stoffen
Volgens artikel 5 van de Arbowet brengt u alle risico's van het werk in kaart in de RI&E. Voor gevaarlijke stoffen staan de regels in hoofdstuk 4 van het Arbobesluit. Volgens artikel 4.2 beoordeelt u de aard, de mate en de duur van de blootstelling. Dat geldt ook voor stoffen waar niet direct mee wordt gewerkt, maar waar medewerkers wel aan kunnen worden blootgesteld. Werken medewerkers met meerdere stoffen tegelijk, dan kijkt u ook naar het risico van de combinatie.
In de RI&E gevaarlijke stoffen staat in elk geval:
- welke gevaarlijke stoffen er in het bedrijf zijn, ook de stoffen die bij het werk vrijkomen;
- bij welke taken medewerkers ermee in aanraking komen;
- welke medewerkers worden blootgesteld, hoe vaak en hoe lang;
- hoe hoog de blootstelling is, vergeleken met de grenswaarde;
- welke maatregelen er al zijn en welke nog nodig zijn.
Voor veel stoffen is een wettelijke grenswaarde vastgesteld. Is die er niet, dan stelt u als werkgever zelf een grenswaarde vast, op een niveau waarbij geen schade aan de gezondheid kan ontstaan (artikel 4.3). Een lijst met stoffen en veiligheidsinformatiebladen is een goed begin, maar nog geen beoordeling. Het gaat erom wat er op de werkvloer gebeurt.
Waar begint u?
Werkt u met veel verschillende stoffen? Begin dan met wat het meeste risico geeft: de stoffen die u het meest gebruikt, de taken met de hoogste blootstelling en de stoffen met de ernstigste gevolgen. Let daarbij ook op onderhoud en schoonmaak. Bij die taken gaan afschermingen vaak open en komen medewerkers dichter bij de stof. In de praktijk geven juist deze taken vaak de hoogste blootstelling.
Blootstelling beoordelen: schatten of meten?
De wet vraagt een beoordeling die u met cijfers kunt onderbouwen. Dat kan op twee manieren.
Een schatting met een rekenmodel
Vaak kunt u de blootstelling goed schatten met een rekenmodel. Voorbeelden van zulke methoden zijn Stoffenmanager en ECETOC TRA. Een schatting werkt vooral goed bij taken die steeds op dezelfde manier gaan. Ga uit van de situatie met de hoogste blootstelling, bijvoorbeeld tijdens het afwegen, mengen of overgieten. Vergelijk de uitkomst met de grenswaarde. Ligt de uitkomst daar dicht bij, dan zijn extra maatregelen nodig of is een meting verstandig.
Meten op de werkplek
Soms is een schatting niet betrouwbaar genoeg. Bijvoorbeeld als het werk vaak wisselt, als er meerdere stoffen tegelijk vrijkomen of als er te weinig bekend is over de stof. Dan is een meting nodig. Een deskundige meet dan hoeveel van de stof er in de lucht zit die de medewerker inademt. Bij stoffen die kanker kunnen veroorzaken of schadelijk zijn voor de voortplanting is een goede meting extra belangrijk. Hoe zo'n onderzoek verloopt, leest u in ons artikel over arbeidshygiënisch onderzoek.
Maatregelen volgens de arbeidshygiënische strategie
Blijkt uit de beoordeling dat er een risico is, dan neemt u maatregelen. De volgorde ligt vast in artikel 4.4 van het Arbobesluit. Dit heet de arbeidshygiënische strategie. U begint bij de bron en gaat pas naar de volgende stap als de vorige niet genoeg helpt of niet mogelijk is.
- Vervangen. Gebruik een minder gevaarlijke stof of een andere werkwijze. Denk aan verf op waterbasis in plaats van verf met oplosmiddelen.
- Technische maatregelen. Zorg dat de stof niet vrijkomt of niet bij de medewerker komt. Bijvoorbeeld met een gesloten systeem, afzuiging bij de bron of een doseersysteem dat morsen voorkomt. Algemene ventilatie van de ruimte helpt, maar is meestal niet genoeg als iemand dicht bij de bron werkt.
- Organisatorische maatregelen. Beperk hoe lang en hoe vaak iemand wordt blootgesteld en hoeveel mensen ermee werken. Werk bijvoorbeeld in een aparte ruimte, wissel taken af en maak duidelijke werkafspraken.
- Persoonlijke beschermingsmiddelen. Denk aan adembescherming, handschoenen die bestand zijn tegen de stof, een veiligheidsbril en beschermende kleding. Dit is de laatste stap. Deze middelen werken alleen als ze passen bij de stof en goed worden gedragen.
In de praktijk grijpen bedrijven vaak meteen naar beschermingsmiddelen. Dat is begrijpelijk, maar een maatregel bij de bron werkt beter en langer.
Opslag, orde en netheid
Ook de opslag hoort in de RI&E. Houd de voorraad op de werkplek klein en zet stoffen die met elkaar kunnen reageren niet bij elkaar. Gebruik lekbakken en voer lege verpakkingen snel af. Voor de opslag van grotere hoeveelheden gelden extra regels, bijvoorbeeld uit de richtlijn PGS 15. Een nette werkplek voorkomt lekken en morsen, en daarmee ook blootstelling.
Voorlichting en instructie
Medewerkers moeten weten met welke stoffen ze werken, wat de risico's zijn en hoe ze veilig werken. Ook moeten ze weten wat ze doen als er iets wordt gemorst. Een werkplekinstructiekaart helpt daarbij. Zo'n kaart vat het veiligheidsinformatieblad samen in een paar duidelijke regels voor één stof of één taak. Herhaal de uitleg regelmatig, en zeker als er nieuwe stoffen of nieuwe medewerkers bij komen.
Houd de RI&E gevaarlijke stoffen actueel
Een beoordeling laat de situatie van één moment zien. Verandert er iets in de producten, de werkwijze of de taken, dan kijkt u opnieuw naar de blootstelling. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan vragen hoe uw beoordeling tot stand is gekomen en welke maatregelen u heeft genomen. Met een actuele, schriftelijke beoordeling kunt u dat laten zien.
Hulp bij uw RI&E gevaarlijke stoffen
Prevensa helpt werkgevers om gevaarlijke stoffen goed in de RI&E op te nemen. Wij brengen de stoffen in kaart, beoordelen de blootstelling en meten waar dat nodig is. Lees meer over ons arbeidshygiënisch onderzoek of over het laten uitvoeren of toetsen van uw RI&E. Hoe wij werken in productie en werkplaatsen, leest u op de pagina RI&E voor industrie en techniek. Werkt u in het onderwijs? Lees dan het artikel over gevaarlijke stoffen op school van RIEmeester, onderdeel van Prevensa. Wilt u weten waar u staat? Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem contact met ons op.
Laatst bijgewerkt:
Meer weten?
Lees meer over arbeidshygiënisch onderzoek of bespreek uw situatie met een kerndeskundige.



