Lawaai op de werkvloer: normen, RI&E en maatregelen
Hard geluid hoort bij veel werk, maar kan blijvende gehoorschade geven. Dit zegt de wet over lawaai op de werkvloer en zo neemt u het op in de RI&E.

In productiehallen, werkplaatsen, magazijnen en op bouwplaatsen staan medewerkers elke dag bloot aan hard geluid. Dat lijkt soms gewoon bij het werk te horen. Maar wie lang in lawaai werkt, kan blijvende gehoorschade krijgen. Lawaai op de werkvloer hoort daarom in de RI&E. In dit artikel uit de reeks RI&E onder de loep leest u welke normen gelden, hoe u lawaai beoordeelt en welke maatregelen werken.
Wanneer wordt geluid een risico?
Geluid wordt lawaai als het hindert, stoort of schadelijk is. Op de werkvloer komt lawaai van machines, gereedschap, ventilatie of intern transport. Vooral als er meerdere geluidsbronnen tegelijk zijn, loopt het geluidsniveau snel op.
Veel mensen wennen ongemerkt aan het geluid. Er zijn een paar signalen dat het te hard is. Medewerkers moeten hun stem verheffen om elkaar op een meter afstand te verstaan. Of ze hebben na het werk een piep of suis in de oren.
De gevolgen van lawaai
Het bekendste gevolg is gehoorschade. Die ontstaat langzaam en gaat niet meer over. Vaak komt er oorsuizen bij, ook wel tinnitus genoemd. Maar lawaai doet meer. Het maakt moe, kost concentratie en geeft stress.
Lawaai is ook een veiligheidsrisico. Medewerkers horen waarschuwingssignalen, naderende voertuigen of mondelinge instructies minder goed. Daardoor neemt de kans op fouten en ongevallen toe.
Wat zegt de wet over lawaai op de werkvloer?
De regels voor lawaai staan in hoofdstuk 6 van het Arbobesluit, in de artikelen 6.6 tot en met 6.11. De wet werkt met twee actiewaarden en een grenswaarde. Het gaat om de gemiddelde blootstelling over een werkdag, in dB(A), en om de piekgeluidsdruk van korte harde knallen. De wet drukt die piek uit in pascal (Pa). Tussen haakjes staat de waarde in dB(C), zoals die vaak op meetapparatuur staat.
- Boven 80 dB(A) of een piek van 112 Pa (ongeveer 135 dB(C)). U stelt passende gehoorbescherming beschikbaar. U geeft voorlichting en onderricht over onder meer de risico's, de meetresultaten, het juiste gebruik van gehoorbescherming en het herkennen van gehoorschade (artikel 6.11). Blijkt uit de beoordeling dat er een risico is voor het gehoor, dan biedt u medewerkers periodiek een gehooronderzoek aan.
- Vanaf 85 dB(A) of een piek van 140 Pa (ongeveer 137 dB(C)). Medewerkers moeten de gehoorbescherming dragen. U neemt technische of organisatorische maatregelen op in het plan van aanpak om het geluid zo veel mogelijk te verminderen. Plekken met zoveel lawaai geeft u duidelijk aan met borden en u bakent ze af. Medewerkers krijgen periodiek de kans op een gehooronderzoek.
- Grenswaarde: 87 dB(A) of een piek van 200 Pa (ongeveer 140 dB(C)). Dit niveau mag nooit worden overschreden. Hier telt de demping van de gehoorbescherming wel mee. Gebeurt het toch, dan neemt u direct maatregelen, zoekt u de oorzaak en past u uw aanpak aan.
Voor jongeren onder de 18 gelden strengere regels. Zij mogen niet werken op een plek waar het lawaai 85 dB(A) of hoger is (artikel 6.27). Meer hierover leest u in ons artikel over jongeren en de RI&E.
Lawaai in de RI&E
Volgens artikel 6.7 beoordeelt u in de RI&E de lawaainiveaus waaraan medewerkers worden blootgesteld. Waar nodig laat u ze meten. U brengt in kaart waar het lawaai vandaan komt, welke medewerkers eraan worden blootgesteld en hoe lang. Let ook op taken die maar af en toe voorkomen, zoals slijpen, hakken of het schoonblazen van machines. Die geven vaak hoge pieken.
De beoordeling en de meting worden uitgevoerd door een deskundige. U herhaalt ze volgens een vast schema, en ook als er veel verandert, bijvoorbeeld bij nieuwe machines of een andere indeling van de hal. Op basis van de uitkomsten maakt u een plan van aanpak met concrete acties, een eigenaar en een termijn.
Meten in plaats van schatten
Veel bedrijven schatten het geluid op gevoel. Dat is onbetrouwbaar. Wat voor de één normaal klinkt, kan voor de ander al schadelijk zijn. En wie gewend is aan het geluid, merkt niet meer hoe hard het is. Een geluidsmeting laat zien waar de actiewaarden worden overschreden en welke taken het meeste lawaai geven. Zo kunt u gericht investeren in maatregelen die echt effect hebben.
Zo vermindert u lawaai
Ook bij lawaai begint u bij de bron. Pas als dat niet genoeg helpt, gaat u naar de volgende stap.
- Aanpak bij de bron. Kies stillere machines en gereedschappen en zorg voor goed onderhoud. Een versleten of slecht afgestelde machine maakt vaak onnodig veel lawaai. Kijk ook of er een stillere werkmethode is.
- Technische maatregelen. Plaats een geluidsomkasting om een machine, hang geluidsabsorberende panelen op of scheid lawaaiige en stille werkplekken.
- Organisatorische maatregelen. Beperk hoe lang medewerkers in het lawaai werken en plan lawaaiig werk op momenten dat er weinig mensen in de buurt zijn.
- Gehoorbescherming. Dit is de laatste stap. Zorg dat de gehoorbescherming past bij het geluid en bij de medewerker, en dat medewerkers weten hoe ze die goed gebruiken. Gehoorbescherming mag nooit de enige maatregel zijn.
De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging mag meepraten over de maatregelen en over de keuze van de gehoorbescherming. Dat helpt ook: gehoorbescherming die prettig zit, wordt beter gedragen.
Hulp bij lawaai op de werkvloer
Prevensa helpt organisaties om lawaai op de werkvloer aan te pakken. Wij nemen geluid mee in de RI&E en voeren geluidsmetingen uit als onderdeel van ons arbeidshygiënisch onderzoek. De uitkomsten vertalen wij naar een plan van aanpak dat past bij uw werk. Hoe wij werken in uw sector, leest u op de pagina's RI&E voor industrie en techniek, RI&E voor logistiek en transport en RI&E voor bouw en installatie. Werkt u ook met gevaarlijke stoffen? Lees dan ons artikel over de RI&E gevaarlijke stoffen. Wilt u weten of uw organisatie voldoet aan de geluidsnormen? Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem contact met ons op.
Laatst bijgewerkt:
Meer weten?
Lees meer over geluidsmetingen en arbeidshygiënisch onderzoek of bespreek uw situatie met een kerndeskundige.



