Fysieke belasting in de zorg: tillen en transfers veilig organiseren
Tillen en verplaatsen van cliënten hoort bij het dagelijkse werk in de zorg. Zo organiseert u het veilig, met de Praktijkrichtlijnen, de juiste hulpmiddelen en een goede RI&E.

In de zorg is het tillen en verplaatsen van cliënten dagelijks werk. Een cliënt helpen opstaan, van bed naar stoel brengen of ondersteunen bij het douchen lijkt routine. Maar juist die herhaling maakt het belastend. In dit artikel uit de reeks RI&E onder de loep leest u hoe u tillen en transfers veilig organiseert.
Waarom tillen en transfers een groot risico zijn
Bij een transfer werkt een zorgmedewerker vaak met een flink gewicht, in een houding die niet ideaal is. Een cliënt is geen doos die u dicht bij uw lichaam kunt houden. Mensen bewegen onverwacht, kunnen pijn hebben of zijn angstig. De ruimte rond een bed of in een badkamer is vaak krap, zeker in de thuiszorg.
De gevolgen bouwen zich meestal langzaam op. Rug-, nek- en schouderklachten ontstaan door een optelsom van zware handelingen, gebogen houdingen en te weinig herstel. Dat kan leiden tot verzuim en soms tot uitval uit het vak. Ook voor de cliënt is een onveilige transfer een risico, bijvoorbeeld op vallen. Goede afspraken over tillen en transfers zijn dus in het belang van iedereen.
Wat de wet van u vraagt
Volgens de Arbowet zorgt u als werkgever voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Hoofdstuk 5 van het Arbobesluit werkt dat uit voor fysieke belasting. U beoordeelt de risico's van tillen, duwen, trekken en werken in ongunstige houdingen. Is de belasting te hoog, dan neemt u maatregelen, zoals het inzetten van hulpmiddelen of het aanpassen van de werkwijze. Ook zorgt u ervoor dat medewerkers voorlichting en onderricht krijgen over de risico's en over het juiste gebruik van hulpmiddelen.
De wet zegt niet precies hoe u dit in de zorg moet doen. Daarvoor zijn in de sector zelf afspraken gemaakt.
De Praktijkrichtlijnen fysieke belasting
Werkgevers en werknemers in de zorg hebben hun afspraken over fysieke belasting vastgelegd in de Praktijkrichtlijnen fysieke belasting. Deze maken deel uit van de arbocatalogi in de zorg. Ze beschrijven voor veelvoorkomende handelingen, zoals tillen, transfers, werken aan bed en het duwen van bedden en rolstoelen, wanneer de belasting te hoog wordt en welke hulpmiddelen of werkwijze dan nodig zijn.
De Nederlandse Arbeidsinspectie kan bij een inspectie de afspraken uit een arbocatalogus als uitgangspunt nemen. Volgt u de Praktijkrichtlijnen, dan kunt u goed laten zien dat u de risico's serieus aanpakt. Kiest u een andere aanpak, dan moet u kunnen aantonen dat die minstens dezelfde bescherming biedt.
Ga na welke versie voor uw organisatie geldt. De zorg kent meerdere branches, zoals de VVT, ziekenhuizen en de gehandicaptenzorg, en de uitwerking kan per branche verschillen.
De mobiliteit van cliënten beoordelen
Welke hulp een cliënt nodig heeft bij een transfer, hangt af van wat hij of zij zelf nog kan. Veilig werken begint daarom met een goede beoordeling van de mobiliteit. Veel zorgorganisaties gebruiken daarvoor een indeling in mobiliteitsklassen. Die loopt van een cliënt die zelfstandig is tot een cliënt die volledig afhankelijk is van hulp.
Koppel aan elke beoordeling een duidelijke afspraak: welke transfer, welk hulpmiddel en met hoeveel medewerkers. Leg dit vast in het zorgdossier of zorgplan, zodat iedere collega direct weet hoe de transfer moet. Dat geldt ook voor invalkrachten. De mobiliteit van een cliënt kan snel veranderen, bijvoorbeeld na een val, een ziekenhuisopname of een periode van ziekte. Spreek daarom af wanneer de beoordeling opnieuw wordt gedaan.
Hulpmiddelen: beschikbaar, passend en gebruikt
Tilliften, sta-op-liften, glijzeilen, hoog-laagbedden en douchestoelen verminderen de belasting sterk. Maar een hulpmiddel helpt alleen als het er is op het moment dat het nodig is, als het past bij de cliënt en als medewerkers weten hoe ze het moeten gebruiken.
In de praktijk gaat het hier vaak mis. Een tillift staat op een andere afdeling, de accu is leeg of het glijzeil is in de was. Of een medewerker kiest onder tijdsdruk toch voor handmatig tillen. Zorg daarom voor voldoende hulpmiddelen op de juiste plek, voor onderhoud en keuring waar dat nodig is, en voor instructie bij indiensttreding en daarna regelmatig opnieuw. In de thuiszorg is de woning van de cliënt ook een werkplek. Maak daar zo mogelijk afspraken over hulpmiddelen voordat de zorg start.
De rol van de ergocoach
Veel zorgorganisaties werken met ergocoaches. Een ergocoach is een collega uit het team met extra kennis van fysieke belasting. De ergocoach is aanspreekpunt voor vragen, helpt collega's bij het kiezen en gebruiken van hulpmiddelen, denkt mee bij moeilijke transfers en signaleert knelpunten.
Een ergocoach kan dit werk alleen goed doen met voldoende tijd en ruimte. Leg vast hoeveel uren beschikbaar zijn, hoe de ergocoach wordt geschoold en bij wie signalen terechtkomen. Zorg ook voor regelmatig overleg tussen ergocoaches, leidinggevenden en de preventiemedewerker, zodat signalen niet blijven liggen.
Fysieke belasting in de RI&E en het plan van aanpak
Artikel 5 van de Arbowet verplicht u om de risico's van het werk vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). In de zorg hoort fysieke belasting daar altijd in. Beschrijf per afdeling of team welke handelingen belastend zijn, hoe vaak ze voorkomen en welke maatregelen al zijn genomen. Toets die maatregelen aan de Praktijkrichtlijnen.
In het plan van aanpak legt u vast wat er nog moet gebeuren, wie daarvoor verantwoordelijk is en wanneer het klaar moet zijn. Denk aan extra hulpmiddelen, het opleiden van ergocoaches of een betere vastlegging van de mobiliteit in het zorgdossier. Bespreek de voortgang regelmatig, bijvoorbeeld met de ondernemingsraad. Zo wordt de RI&E een instrument om mee te sturen, en geen rapport dat in een la verdwijnt.
Hulp bij fysieke belasting in uw zorgorganisatie
Veilig tillen en verplaatsen vraagt om meer dan een tillift op de gang. Het vraagt om duidelijke afspraken, goed opgeleide medewerkers en een RI&E die laat zien waar de knelpunten zitten. Prevensa helpt zorgorganisaties daarbij. Met een ergonomisch onderzoek brengen wij de fysieke belasting op uw afdelingen in kaart en vertalen wij de uitkomsten naar maatregelen die teams echt gebruiken. Op de pagina RI&E voor zorgorganisaties leest u hoe wij werken. Wilt u weten wat wij voor uw organisatie kunnen betekenen? Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem contact met ons op.
Meer weten?
Lees meer over ons ergonomisch onderzoek of bespreek uw situatie met een kerndeskundige.



